licht-zorg

Licht is een vak apart

Facilitair managers in de zorg zouden meer aandacht moeten hebben voor verlichting. De kwaliteit van leven van de cliënten verbetert en de kosten gaan ook nog eens omlaag. Helaas is licht een ondergeschoven kindje in de facilitaire wereld. ‘ Verlichting is een zogenoemd low-involvement product’.


Demente bejaarden die langdurig in goed verlichte ruimten zitten, hebben minder last van depressieve buien en een slecht humeur. Veel licht remt ook de cognitieve achteruitgang. Dit blijkt uit een uitgebreid onderzoek van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NIN). Bij mensen met dementie raakt de biologische klok geleidelijk van slag, waardoor ze ’s nachts slechter slapen. Extra licht remt dit proces. Het effect is vergelijkbaar met de verbeteringen die bereikt kunnen worden met de medicijnen die nu aan patiënten met Alzheimer worden gegeven. Maar licht heeft geen negatieve bijwerkingen zoals medicijnen.
Het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen volgde jarenlang bijna tweehonderd demente ouderen. Deze relatief goedkope maatregel zal leiden tot een verbetering van de kwaliteit van leven voor vele ouderen en vermindering van de belasting voor vele verzorgers. Reden voor facilitair managers om rekening te houden met licht. Additioneel voordeel is dat geavanceerd licht ook duurzamer en goedkoper is.

‘Licht is een vak apart. Zeker gezien de ontwikkelingen in de laatste jaren, waardoor er veel meer mogelijkheden zijn.’ Aan het woord is Rene Driessen, verantwoordelijk voor technisch support bij Osram. Driessen: ‘In gesprek met de klant wordt er bekeken aan welke wensen en eisen een verlichtingssysteem moet voldoen en wordt er gezocht naar mogelijke oplossingen en alternatieven voor nieuwe of bestaande systemen. Door de combinatie van specifieke lichtbronnen en voeding/stuureenheden is men in staat een hoger lichtrendement te halen en bereiken we een langere levensduur van de lamp. Daarnaast zal het opgenomen systeem vermogen van de lamp en het voorschakelapparaat lager zijn. Voegen we daaraan toe de mogelijkheden van LMS lichtregeling systemen dan dragen deze extra bij in mogelijke besparing en comfort.’

Bij energiebesparing denkt Driessen aan dimmen middels daglichtniveau en schakelen via aanwezigheidsregelingen. Naast energy is er comfort en kan men denken aan verschillende wit- en kleurregelingen. Door middel van zogenoemde scènes is men in staat gedurende de dag een licht veranderend beeld te creëren.
Hoe pakt een facilitair manager een lichtplan aan? Driessen: ‘Hij moet zich altijd goed laten informeren over de technieken die voor handen zijn. Kijk naar halogeenverlichting. Met minder wattage haal je een gelijke lichtopbrengst.’

Osram prijst vooral hun LMS-toepassing aan. Het in de ruimte beschikbare daglicht
wordt naar behoefte door kunstlicht van armaturen met dimbare elektronische voorschakelapparaten aangevuld. Lichtsensoren registreren hierbij het beschikbare verlichtingsniveau van kunst- en daglicht.De armaturengroepen worden afhankelijk van de diepte van de ruimte en het daglicht aanbod zodanig gestuurd dat het vooraf ingestelde verlichtingsniveau van bijvoorbeeld 500 lux wordt gehandhaafd. De gebruiker heeft hierbij de mogelijkheid zijn individueel gewenste verlichtingssterkte zelf te beïnvloeden. Kunst- en daglicht vullen elkaar bij deze toepassing aan en maken een besparingspotentieel van tot wel zestig procent mogelijk – in combinatie met een aanwezigheidssensor tot wel zeventig procent.

Kim van Rosmalen van Philips verstaat onder een lichtplan tekeningen met daarop een aantal armaturen. ‘Daar hoeft een facilitair manager zich niet mee bezig te houden. Maar hij moet wel weten wat er op de markt te koop is.’ En daar schort het nogal eens aan. Verlichting is een zogenoemd low-involvement product. Een nieuw bureau of bureaustoel en een nieuw tapijt valt iedereen gelijk op. Maar verlichting blijft gewoon hangen. Daarom is de schatting ook dat de helft van de huidige lampen er al vijftien jaar hangen. En er is zoveel veranderd: betere spiegeloptieken, control, TL met voorschakeling. In de zeventiger jaren ging men uit van twintig tot 25 watt per vierkante meter. Nu is dat 8 watt per vierkante meter.
Van Rosmalen: ‘De facilitair manager moet zich bezighouden met het verlagen van de kosten van een pand. Ook de levensduur en duurzaamheid moet hij in de gaten houden. In een kantoor gaat veertig procent van een energierekening gaat op aan verlichting. Ik zie geen reden dat dat anders zou zijn in de zorginstellingen. Daar valt veel te halen. Een simpele bewegingsmelder bespaart al veel.’
Er zijn vier stappen in een mogelijke oplossing om te besparen met licht. De simpelste is een energiezuinige lamp: gloeilamp eruit, zuinige lamp erin. De volgende stap is dat er hoogfrequente ballast wordt geplaatst. De levensduur van een lamp verleng je daarmee van 12000 tot 17000 uur. Nadeel is wel dat een installateur de nieuwe ballast moet plaatsen. De volgende stap is een lichtregelsysteem, waarmee bewegingsmelder en daglichtregelingen kunnen worden geactiveerd. Ten slotte kan je de oude armaturen eruit halen en nieuwe plaatsen. Het is de beste oplossing, maar ook de duurste. Uiteindelijk bespaar je hiermee wel zeventig procent energie op een installatie van vijftien jaar oud.
‘Het betaalt zich uit, punt uit. Een goede TCO is mogelijk. Helaas is er naast de low-involvement nog een tweede probleem: de gebouweigenaar is vaak anders dat de gebruiker. De eigenaar betaalt de rekening toch niet. De huurder kan wel geïnteresseerd zijn, maar die hebben een aflopend huurcontract. Zo’n investering wil men vaak niet aangaan.’

Philips biedt Activiva aan, lampen met een verhoogd blauwlichtgehalte. Lampen met een hoge kleurtemperatuur bevatten meer blauw licht dan lampen met lagere, meer conventionele kleurtemperaturen. Daarom zullen ze naar verwachting het circadiaanse ritme van de mens actiever stimuleren. In nogal wat onderzoeken is beschreven hoe de kleurtemperatuur van invloed is op de hersenactiviteit, het centrale zenuwstelsel en de waakzaamheid. Uit een vergelijking tussen verlichting van 7500 K en 3000 K is gebleken dat bij hogere kleurtemperaturen sprake is van grotere activering wat betreft het niveau van hersenactiviteit. Bovendien gaat men ervan uit dat hogere kleurtemperaturen het parasympathische en sympathische zenuwstelsel positief beïnvloeden. Tegelijkertijd blijkt bij een kleurtemperatuur van 3000 K de slaperigheid groter te zijn dan bij 5000 K.
De hoeveelheid natuurlijk licht die wij normaal gesproken buiten ontvangen, is dan ook veel groter dan de hoeveelheid licht die wij binnenshuis krijgen. Er is behoefte aan lichtbronnen die ook binnenshuis voor niet-visuele, biologische effecten zorgen. Het extra blauwe licht van ActiViva-lampen maakt dit mogelijk, terwijl de lampen bovendien energiezuinig zijn. Daarom zijn nieuwe fluorescentielampen ontwikkeld die een hoge kleurweergave-index (> 80) combineren met een geoptimaliseerde hoeveelheid blauw licht. Deze lampen hebben een hoge kleurtemperatuur van 8000 K (Philips ActiViva Natural) of 17000 K (Philips ActiViva Active).

‘Het is een kwestie van functionaliteit van dynamische verlichting versus de kosten’, zegt Toine Schoutens. Hij is projectleider aan de TU Eindhoven en directeur van Stichting Onderzoek Licht en Gezondheid SOLG. ‘De aanschaf van nieuwe soorten verlichting is relatief hoog, terwijl de kosten voor de exploitatie erg meevallen. Vergeet niet dat dynamische lichtsystemen niet altijd op 100% vermogen staan.’

Hij herkent dat facilitair managers wel continu een strijd moeten aangaan op het gebied van budgetten. Vaak is er geen geld voor verlichting, het is vaak een sluitpost op de begroting. De oplossing zou kunnen zijn om creatief om te gaan met een bouwbudget. Zo kan je licht dat wellicht ook een therapeutische werking heeft uit een ander potje (medisch) laten betalen. Een ander idee zou kunnen zijn om de bouw- en behandelbegroting bij elkaar te vegen. Dan is een dynamisch lichtsysteem ineens niet meer zo’n grote meerinvestering. Ook leasen van de apparatuur kan mogelijk een oplossing zijn.

‘Natuurlijk is geavanceerde verlichting duurder. Je moet het systeem programmeren en het geheel moet aan meer eisen voldoen. Maar als je macro-economisch kijkt naar goede verlichting, is het zeer aannemelijk dat er grote voordelen zijn te behalen. Als je bijvoorbeeld mensen overdag wakker en alert houdt dankzij licht, is er een gerede kans dat ze beter slapen. Dus is er minder slaapmedicatie nodig. Slaapmediacatie lijdt tot versuffing en versuffing veroorzaakt weer meer valpartijen.’

Het ‘kostenplaatje’ van valpartijen is hoog: per jaar betekent dat 500 miljoen euro. Hoewel deze directe link tussen goede verlichting en minder valpartijen niet is aangetoond, is het wel bewezen dat goede verlichting alertheid, concentratie en slaap verbetert.

Er zijn weinig zorginstellingen die bewust met licht omgaan. Een select aantal kiest wel hiervoor, maar dat zijn vooruitstrevende partijen, weet Schoutens. ‘De facilitair managers kijken door de cijfers heen. Want los van het verbeterde slaap-waakritme, gaat de cliënt beter zien. Mensen die eerder niet konden breien, kunnen dat nu wel. De kwaliteit van leven neemt toe. Vooral dementerende mensen hebben hier baat bij. Hun wereld wordt steeds kleiner. Een nodeloze extra visuele beperking is dan heel jammer.’

Hij pleit dan ook, behalve uit economische overwegingen vooral uit humane redenen, om een door de overheid opgelegd strenger lichtregime. Hij heeft met anderen ook aanbevelingen gedaan, gebundeld in het werk ‘Gezonde verlichting voor de ouder worden de mens’. Het duurt echter heel lang voordat zulke aanbevelingen norm worden en verder het politieke proces doorkomen. Waarom er nog geen strengere regulering is? Schoutens: ‘Licht heeft helaas een lage prioriteit. Terwijl we in de wetenschap continu aantonen dat prestaties veel verbeteren met goed licht. Helaas is en blijft licht voor velen nog gewoon een kwestie van aan-uit.’

Ad Schots, directeur van de Stichting verzorging Sint Fransiscus in Gilze Rijen herkent het probleem. In het huidige pand waarin zijn stichting nu is gehuisvest merkt hij dat de verlichting niet goed genoeg is. Het pand stamt uit 1986, toen er andere eisen aan het gebouw werden gesteld. Nu merkt Schots dat de bewoners, met een gemiddelde van 87 jaar, veel last hebben van slechtere verlichting.

‘Vandaag dat we met onze nieuwbouw die enkele jaren geleden is begonnen iets met verlichting wilden doen. Gewoonlijk is licht een sluitstuk op de begroting: als er moet worden bezuinigd, dan kan dat altijd wel op verlichting, is de gedachte. Onze visie is juist dat we zorgen voor goede verlichting in het totale zorgcentrum, specifiek gericht op ouderen.’

De oplossing vond men in speciaal voor de zorginstelling ontwikkelde lichtvelden. Ze zijn een paar meter lang en breed en zijn ingebouwd in het plafond. De lampen zijn computergestuurd en regelen zo de samenhang met de biologische klok van de bewoners. Onder het lichtveld hangt een gewone lamp, zodat de sfeer behouden blijft. Zo voorkomt men dat er grote, onpersoonlijke lichtbakken ontstaan. Het geheel is niet aangesloten op een gebouwbeheersysteem. In toekomstige nieuwbouw zal dat wel het geval zijn.

‘De mensen geven aan dat ze meer zien’, zegt Schots. ‘De leiders hebben constant te maken met de cliënten en merken dat het zicht beter is. Daardoor is de cliënt opgewekter, kan hij beter zien waar hij loopt en makkelijker met de rollator overweg. Het welbevinden is hoger. Onderzoek moet dit nog aantonen, maar wij merken het al wel.’
De facilitair manager heeft er voorlopig geen werk aan, aangezien de huidige systemen stand-alone werken. Het nadeel van dit lichtplan is wel dat er een flink kostenplaatje aan zit. Het Sint Fransiscus heeft daarom een subsidieaanvraag ingediend en gekregen in het kader van de provinciale IAB (Innovatieve Acties Brabant). Het gehele project gaat in samenwerking met de TU Eindhoven, onder de naam ‘Gezonde verlichting’.

‘Ook zonder de financiële steun hadden we dit pad ingeslagen. Ons criterium is leefbaarheid. Het gaat hier om het welzijn van mensen. Ik hoop dan ook dat de overheid zich ervan laat doordringen dat de norm voor verlichting opgetrokken wordt. Over licht wordt te gemakkelijk gepraat, terwijl het aantal lux binnen de gezondheidszorg gewoon te laag is.’

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *