kunstlicht-winterdepressie

Intensief kunstlicht bij winterdepressie

Meerdere toepassingen van intensief kunstlicht

In het najaar en de winter worden huisartsen en specialisten steeds vaker geconfronteerd met patiënten met depressieve symptomen die gerelateerd zijn aan de tijd van het jaar. Ongeveer 3% van de bevolking in ons land heeft last van een winterdepressie, terwijl een veelvoud mildere symptomen heeft (winterblues), waarbij vermoeidheid centraal staat. Winterdepressie is voor veel mensen een jaarlijks terugkerende bron van narigheid en ergernis. Gelukkig bestaat er een behandeling die even eenvoudig als effectief is: lichttherapie.

De heilzame werking van licht is niet nieuw. De oude Grieken en Romeinen waren reeds bekend met de heilzame werking van zonlicht en ook in de Middeleeuwen waren lichtbaden niet onbekend. Het toepassen van kunstlicht in de geneeskunde dateert van eind negentiende eeuw. In 1903 kreeg de Deense arts Nils Finssen de Nobelprijs voor geneeskunde met zijn lichttherapie voor huidziekten. Ook in Nederland werden tot vlak na de tweede wereldoorlog mensen aan kunstlicht blootgesteld om de algehele weerstand van het lichaam te vergroten en zodoende beter bestand te zijn tegen optredende infecties. De opkomst en de effectiviteit van antibiotica heeft deze toepassing van kunstlicht in de vergetelheid doen raken. Pas begin jaren tachtig van de vorige eeuw werd het effect van lichttherapie voor de behandeling van seizoengebonden stemmingsstoornissen systematisch onderzocht in het National Institute for Mental Health (NIMH, USA) en vanaf 1987 ook in het Academisch Ziekenhuis Groningen. Het bleek een zeer effectieve manier te zijn om winterdepressie te behandelen. Vanwege dat succes wordt nu op vele plaatsen deze behandeling bij steeds meer mensen toegepast.

Winterdepressie
Winterdepressie is een jaarlijks terugkerende stemmingsstoornis. De mensen die hieraan lijden worden nagenoeg ieder najaar en winter depressief, terwijl zij in het voorjaar en in de zomer helemaal geen klachten hebben. Dit seizoenspatroon is kenmerkend voor een winterdepressie. In tegenstelling tot andere vormen van depressie die vaak gepaard gaan met slaapstoornissen en eetlustverlies klagen mensen die lijden aan een winterdepressie vaak over een zeer grote slaapbehoefte en een toegenomen eetlust in de winterperiode. Omdat deze klachten tegengesteld zijn aan hetgeen vaak bij andere vormen van depressie wordt waargenomen, worden deze klachten wel de atypische klachten van winterdepressie genoemd. Het is niet ongewoon dat iemand die aan een winterdepressie lijdt in de winterperiode vier tot zes uur langer slaapt dan in de zomer zonder uitgerust op te staan. Vanwege de grotere behoefte aan met name calorierijk voedsel komt men vele kilo’s lichaamsgewicht aan in de winter. Soms is het verlangen naar snoep zelfs onbedwingbaar en hebben mensen last van ware vreetbuien. Treedt de gewone depressie gedurende het gehele jaar op, de winterdepressie, de naam zegt het al, alleen in het donkere jaargetijde. In de zomer voelen de mensen zich goed, zijn energiek en soms zelfs enigszins overactief. Winterdepressie komt net als andere depressies in alle vormen van ernst voor: van mensen met de lichte en milde winterblues tot mensen die in de winter suïcidaal depressief kunnen zijn. Bijzonder frustrerend voor de mensen die aan een winterdepressie lijden is het gegeven dat zij in de winter matig tot niet functioneren, terwijl zij in de zomer actieve en vrolijke mensen zijn. Behalve dat daardoor voor de patiënt zelf opleidingen en werkcarrières negatief worden beïnvloed, leiden deze klachten vaak tot onbegrip in de omgeving. Iemand die in de zomer zo actief en energiek is, kan volgens velen in de winter niet dezelfde figuur zijn die nu teruggetrokken en passief is en eigelijk tot niets komt. Ook veel patiënten met een winterdepressie konden in het verleden dat verschijnsel maar moeilijk van zichzelf accepteren en waren bang dat de omgeving hen als ‘aanstellers’ zou beoordelen.

Erfelijke factor, melatonine en hormonen
Hoewel de oorzaak van een winterdepressie nog onbekend is, lijkt een genetische factor aannemelijk. Vaak veronderstelde verklaringen dat de klachten te wijten zouden zijn aan een verstoorde werking van de biologische klok of een verstoorde melatonineproductie blijken niet te kunnen worden aangetoond. Melatonine is een hormoon dat in het duister (dus in de regel ’s nachts) wordt aangemaakt in de pijnappelklier (epiphysis cerebri). Overdag of bij helder kunstlicht wordt dit hormoon nauwelijks geproduceerd. Verstoringen in de serotoninehuishouding, wat vaak bij andere depressies als oorzaak voor de klachten wordt verondersteld, zijn niet duidelijk vastgesteld. Ook psychologische verklaringen blijken op dit moment weinig ondersteuning te vinden. Het moge overigens duidelijk zijn dat seizoengebonden psychosociale stressfactoren, zoals bijvoorbeeld altijd werkloos in de winter, een negatieve invloed op de stemming hebben. In onderzoeken bij mensen met een winterdepressie werden mensen niet deze stressfactoren uitgesloten van het onderzoek en dat is nog steeds het geval bij het vaststellen van de diagnose volgens de DSM IV. Opmerkelijk is dat winterdepressie drie tot vier maal vaker voorkomt bij vrouwen dan bij mannen en dat in hun vruchtbare periode. Voor de pubertijd en na de menopause lijken die verschillen tussen de geslachten beduidend geringer te zijn. Een hormonale verklaring voor het verschijnsel lijkt voor de hand te liggen, maar werd tot op heden niet vastgesteld. Winterdepressie komt in alle leeftijdscategorieën voor en onder alle lagen van de bevolking.

Winterblues
Volgens een bevolkingsonderzoek, verricht door dr. P.P.A. Mersch en collegae van het Academisch Ziekenhuis Groningen, heeft ongeveer 3% van de Nederlandse bevolking last van een winterdepressie, terwijl ongeveer 8% klachten heeft die wijzen op de zogenaamde sub-syndromale variant. Deze variant is beter bekend als winterblues en kenmerkt zich vooral door een energietekort in de winterperiode, vaak gepaard gaande met een grote slaapbehoefte. Het lijkt erop dat hoe dichter men bij de Noord- of Zuidpool woont, hoe meer mensen last hebben van een winterdepressie. Met name op het Amerikaanse continent blijken in het Noorden veel meer mensen te zijn die aan winterdepressie lijden vergeleken met zuidelijker gelegen regio’s. In Europa bestaat dezelfde tendens, maar zijn de verschillen minder groot.

Licht
Min of meer toevallig werd ontdekt dat helder kunstlicht een antidepressieve werking heeft. In de natuur was de krachtige werking van licht reeds geruime tijd bekend. Zo wordt bijvoorbeeld kunstlicht toegepast om in ieder seizoen voorzien te zijn van eieren door de kippen in de winterperiode op gezette tijden aan extra licht bloot te stellen. En eten wij diverse tuinbouwproducten die zonder de toepassing van kunstlicht in Nederland nauwelijks geteeld zouden kunnen worden. Lange tijd dacht men dat licht niet een dergelijke invloed op de mens had, tot dat men ontdekte dat intensief kunstlicht dat wel terdege had. De intensiteit van licht wordt uitgedrukt in lux. Eén lux is de hoeveelheid licht van een brandende kaars wat op één meter afstand wordt waargenomen. In de huiskamers is ’s avonds veelal een paar honderd lux waarneembaar en in een werksituatie als bijvoorbeeld een tekenkamer ongeveer 500 lux. Bij lichttherapie worden lichtniveaus van 2.500 tot 10.000 lux gebruikt. Dit lijkt veel, maar op een zomerse, zonnige dag aan het strand kan liet lichtniveau oplopen tot meer dan 100.000 lux. Behalve de intensiteit van de lichtbron is ook de tijdsduur dat men het licht waarneemt van belang. Voor blootstelling aan licht met een intensiteit van 2.500 lux geldt dat men doorgaans een goed therapeutisch resultaat bij winterdepressieve mensen verkrijgt na twee tot drie uur gedurende vijf tot zeven opeenvolgende dagen, terwijl eenzelfde effect kan worden bewerkstelligd na blootstelling gedurende 30 – 45 minuten aan licht met een intensiteit van 10.000 lux. Over het tijdstip op de dag waarop lichttherapie moet worden toegepast verschillen de geleerden van mening. Op dit moment lijkt er een voorkeur te bestaan voor het toepassen van lichttherapie in de ochtenduren. In ieder geval is nog in geen enkel onderzoek aangetoond dat een ander moment op de dag tot betere resultaten leidt, hoogstens tot een gelijk effect. Een keuze voor toepassing van lichttherapie in de ochtend lijkt dan ook op pragmatische gronden het beste te verdedigen.

Bijwerkingen
Over het algemeen verdragen mensen lichttherapie goed. Soms ontstaan er enige bijwerkingen zoals voorbijgaande hoofdpijn, pijnlijke ogen, toegenomen moeheid, duizeligheid en soms een gevoel van ‘opgefoktheid’. In zeldzame gevallen kan het toepassen van lichttherapie leiden tot (hypo)manie, of, nog zeldzamer, suïcidaliteit. Lichttherapie is veilig toe te passen bij mensen die lichamelijk gezond zijn en geen medicijnen gebruiken. Bepaalde ziekten en oogaandoeningen, alsmede het gebruik van bepaalde medicijnen (zoals sommige antidepressiva, neuroleptica en een aantal antibiotica) worden als contra-indicaties gezien. Lichttherapie is een relatief snel werkende behandeling. De meeste mensen die goed op het licht reageren, zijn na een week hun klachten kwijt. Zo’n 70 tot 80% van de als winterdepressief gediagnosticeerde mensen hebben baat bij lichttherapie.

Apparatuur
Er bestaan verschillende apparaten voor lichttherapie van uiteenlopende grootte, intensiteit en uitvoering. Meestal wordt een onderscheid gemaakt tussen apparaten voor gebruik thuis en professionele apparaten voor gebruik in een ziekenhuis of instelling. De professionele apparaten zijn over het algemeen groter en krachtiger en minder mobiel. Voor alle apparaten geldt dat het ultraviolette (uv) deel van het lichtspectrum tegenwoordig uit het licht wordt gefilterd. Aangezien het licht op het netvlies moet vallen, wil het een antidepressief effect hebben, is het van belang dat het licht geen schadelijk uv bevat. Uit onderzoek is overigens gebleken dat de toevoeging van uv in het aangeboden licht geen meerwaarde heeft voor het therapeutische effect.

Andere toepassingsgebieden
Naast stemmingsstoornissen met een seizoengebonden patroon wordt intensief kunstlicht ook gebruikt voor de behandeling van slaap/waakstoornissen, mensen die in ploegendiensten werken, het bestrijden van jetlag en soms van het premenstrueel syndroom. Niet alle toepassingen zijn op dit moment even goed onderzocht en de resultaten zijn ook niet altijd even goed als die bij de behandeling van winterdepressie. Meer onderzoek is dan ook gewenst. Eén van de onderzoeken die momenteel uitgevoerd worden, vindt plaats door het Nederlands instituut voor Hersenonderzoek te Amsterdam. Onderzocht wordt of intensief kunstlicht een stimulerend effect kan hebben bij mensen met de ziekte van Alzheimer. In dit grootschalige vier jaar durende onderzoek worden patiënten met de ziekte van Alzheimer blootgesteld aan licht, licht gecombineerd met melatonine of alleen het toedienen van melatonine. De controlegroep krijgt geen behandeling. Nagegaan wordt of het activiteitenpatroon overdag verandert en of de nachtelijke onrust (‘sundowning’) afneemt.

Lichttherapie wordt vergoed via de AWBZ

Lichttherapie is een zeer succesvolle behandelvorm bij winterdepressie en wordt momenteel ook voor andere toepassingen steeds vaker gebruikt. Bij winterdepressie is het aan te raden de behandeling de eerste twee jaar onder begeleiding van een deskundige te doen plaatsvinden, vanwege de, weliswaar zeldzame, maar mogelijk ernstig bijwerkingen. Als gebleken is dat de behandeling zonder vervelende bijwerkingen kan worden toegepast, kan de methode ook in de thuissituatie goed plaatsvinden. De behandelingen in ziekenhuizen worden krachtens de AWBZ vergoed. De ziektekostenverzekeraars vergoeden doorgaans de aanschaf van apparatuur op dit moment (nog) niet. De apparatuur is vrij in de handel verkrijgbaar. Daarbij is het goed te realiseren dat niet ieder apparaat geschikt is voor de behandeling van winterdepressies. Het is dan ook aan te raden deze apparaten in overleg met een deskundige aan te schaffen of te huren. Veel thuiszorgwinkels, sommige apotheken, medisch speciaalzaken en een tweetal importeurs verkopen goede apparatuur. Het is dan ook de verwachting dat het aantal mensen dat lichttherapie zal toepassen in de nabije toekomst zal toenemen.

Yve Meesters is als psycholoog/psychotherapeut verbonden aan het academisch ziekenhuis Groningen en geeft daar leiding aan een winterdepressie polikliniek. Toine Schoutens is medisch-technisch adviseur van MediluX BV, een firma gespecialiseerd in apparatuur voor lichttherapie.

Literatuur
Koorengevel K.M., Meesters Y. (2004, in druk): Winterdepressie en lichttherapie: iets nieuws onder de zon? Tijdschrift voor Psychiatrie, december 2004.
Meesters, Y. (2002) Leven niet een winterdepressie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
Haffmans, P.M.J., & Meesters, Y. (red.) (1999) Behandelstrategieën bij winterdepressie. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.
Meesters, Y., & Letsch M.C. (1998) The dark side of light treatment for seasonal affective disorder. International Journal of Risk & Safety in Medicine, 11, 115 120.

Bron: Silhouet, focus op angst en depressie.

Voor meer interessante artikelen kunt u een abonnement afsluiten bij Silhouet voor slechts 25 euro per jaar.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *