lichttherapie-stand-van-zaken

De stand van zaken rondom lichttherapie

De kennis over de betekenis van licht voor het goed functioneren van lichaam en geest is de afgelopen jaren behoorlijk vergroot. De invloed van waargenomen lichtintensiteit en de duur van de blootstelling eraan op het welbevinden is groter dan vroeger werd aangenomen. Nog niet zo lang geleden werd ontdekt dat zich in het netvlies van het oog naast staafjes en kegeltjes nog andere lichtgevoelige zenuwcellen bevinden, de retinale ganglioncellen, die het dag-en-nacht-ritme in de hersenen aansturen. Deze cellen zijn speciaal gevoelig voor licht met een korte golflengte, dat wil zeggen in het blauwgroene deel van het spectrum. Licht regelt de biologische klok, en diverse zaken die erdoor beïnvloed worden, zoals slaapstoornissen, jetlag en winterdepressie blijken daarom met lichttherapie behandeld te kunnen worden. Daarnaast kan licht worden gebruikt om een aantal symptomen van ouderdomskwalen te behandelen, waaronder dementie. De voordelen die lichttherapie zou kunnen hebben ten opzichte van symptoombestrijding met medicijnen is voor iedereen duidelijk, maar ze gelden ook bij de behandeling van problemen die minder voor de hand liggen. Omdat deze inzichten voor een groot deel nog nieuw zijn is de verspreiding ervan belangrijk.


De effecten van licht
Licht is dus niet alleen belangrijk om goed te kunnen zien, maar het speelt een belangrijke rol speelt bij allerlei lichaamsprocessen: het beïnvloedt de werking van hart en bloedvaten, de afgifte van hormonen, de aanmaak van vitamine D (ter voorkoming van broze botten) en het immuunsysteem. Naast het bijstellen van de biologische klok die het dag- en nachtritme reguleert is licht van invloed op stemmingen, de lichaamstemperatuur, de alertheid en de productie van het slaaphormoon melatonine. Dat laatste gebeurt doordat de epifyse of pijnappelklier geprikkeld wordt om het slaaphormoon af te scheiden wanneer langere tijd weinig licht wordt waargenomen. Wanneer het melatonineniveau stijgt ontstaat een slaperig gevoel.
Daglicht is nodig om de biologische klok dagelijks te synchroniseren met de omgevingstijd. Het heeft de functie van Zeitgeber. Anderzijds is voldoende slaap onmisbaar voor het herstel van lichaam en geest. Slecht slapen of een tekort aan slaap leidt tot een vertraging van het reactievermogen, een vermindering van de alertheid en een verslechtering van stemming en prestaties. De effecten van jetlag, werken in nachtdienst, winterdepressies en burnout hebben allemaal gemeen dat ze veelal in combinatie met of als gevolg van slaap-waakstoornissen ontstaan.
Burnout daarentegen is een reactie op het gevoel opgebrand te zijn, geen energie of motivatie meer vinden voor de bezigheden op het werk. De symptomen van burn-out bestaan grofweg uit drie verschijnselen: een gevoel van extreme vermoeidheid, cynisme ofwel afstand tot het werk of de mensen met wie men werkt, en een verminderd prestatievermogen. Het aantal mensen dat er in Nederland last van heeft is niet gering, het betreft ongeveer 10% van de Nederlandse beroepsbevolking. Onlangs bleek uit onderzoek in Groningen (23-01-2009) dat lichttherapie misschien een oplossing kan bieden. Het was opgevallen dat de verstoorde energiehuishouding bij mensen met burnout lijkt op die van mensen met winterdepressie. Van de laatste groep was al eerder aangetoond dat hun energietekort door lichttherapie kan worden verminderd. Inderdaad bleek in een pilot-onderzoek dat lichttherapie een significante verbetering in de toestand van burnout patiënten bracht, vooral door afname van emotionele uitputting. De therapie bestond uit het dagelijks gedurende een bepaalde duur blootstellen van de patiënten aan een hoge lichtintensiteit. Via de retinale ganglioncellen worden dan bepaalde gebieden in de hersenen gestimuleerd tot activiteit. Het werkingsprincipe is nog niet geheel bekend.
 

Ouder worden, minder licht, slechter zien
Met het ouder worden verandert de werking van het oog. Het kan zich minder makkelijk scherp stellen, het heeft meer moeite zich aan te passen aan snel wisselende lichtintensiteiten en kan contrasten tussen licht en donker minder goed onderscheiden. Veel visuele beperkingen die hieruit voortvloeien kunnen verholpen worden: een juiste bril herstelt de gezichtsscherpte, een vertroebelde lens kan operatief vervangen worden. Ook een aanpassing van het lichtniveau stelt ouderen in staat om beter te zien, maar dit laatste wordt nog weinig toegepast. Voldoende licht heeft niet alleen een positieve invloed op de kwaliteit van leven, het vermindert tevens een aantal veel voorkomende problemen en verlaagt daardoor de druk op het zorgpersoneel. Zelf zijn de meeste ouderen zich nauwelijks bewust van de positieve effecten van licht. Dat geldt jammer genoeg ook voor veel architecten, woonadviseurs en medewerkers in de verzorging en verpleging. Het onderwerp licht zou daarom beter onder de aandacht moeten worden gebracht, zowel bij ouderen als bij beleidsmakers en degenen die hen verzorgen en hun leefomgeving bewaken.
Ouderen hebben voor eenvoudige taken circa driemaal meer licht nodig dan jongeren. Dit betekent dat ze een verlichtingssterkte van circa 1500 lux nodig hebben waar voor jongeren 500 lux volstaat. Voor meer inspannende taken ligt de gewenste verlichtingssterkte nog hoger. In de woonkamers van ouderen is zelfs overdag meestal te weinig licht om goed te kunnen zien. Circa dertig procent van alle 85-plussers heeft ernstige visuele beperkingen. Tweederde van de bewoners van verpleeghuizen heeft te maken met ernstige verminderingen van het zien. Dit alles heeft tevens tot gevolg dat heel veel ouderen moeite hebben het biologische dag-nachtritme in stand te houden.
Sommige ouderen, bijvoorbeeld mensen met beperkte mobiliteit of dementie en degenen die in een verzorgings- of verpleeghuis verblijven, komen én weinig buiten én hebben binnenshuis weinig verlichting. Het is daarom niet verwonderlijk dat dit in combinatie met een verminderde werking van de ogen, zenuwbanen en hersenen vaak leidt tot een verstoring van de biologische klokfunctie en het slaapwaakritme. Veel ouderen klagen over slapeloosheid: het is bekend dat vijfenvijftig procent van hen chronisch last heeft van slaapstoornissen en dat maar twintig procent helemaal vrij is van slaapproblemen.
 

Ouderen vaker naar buiten
Ouderen die zich gezond en vitaal voelen en een actief sociaal leven hebben willen graag zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Goede verlichting in huis is van belang om het afnemende zichtvermogen dat inherent is aan het proces van veroudering te compenseren. De kamers van een woning hebben voor de bewoners verschillende functies, de verlichting moet erop zijn afgestemd. Uitgangspunt kan in het algemeen een comfortabele basisverlichting van de hele woonkamer zijn in combinatie met extra verlichting op bepaalde plaatsen. Eenzelfde model valt te hanteren voor de andere leefruimten in huis.
In verzorgings- en verpleeghuizen vraagt het verlichtingsniveau meer aandacht. De bewoners zijn gemiddeld tachtig jaar en ouder, en op die leeftijd krijgen veel mensen te maken met ernstige visuele beperkingen. Ook in dat geval heeft extra kunstlicht een positief effect op de kwaliteit van leven, maar het kan nadrukkelijk nooit een vervanging zijn voor normaal daglicht, omdat overdag de lichtintensiteit buiten gemiddeld zeer veel hoger ligt dan binnenshuis. Ouderen en bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen zouden iedere dag minstens een half uur in de buitenlucht moeten doorbrengen. Dit is met name noodzakelijk omdat de luchtkwaliteit binnen te wensen overlaat. Een complicerende factor is, dat bijna de helft van de bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen aan dementie lijdt, waardoor ze veelal niet meer in staat om op te merken en aan te geven dat hun gezichtsvermogen verminderd is. Het verwaarlozen van deze factoren leidt er toe dat veel bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen onvoldoende lichtstimulering krijgen, waardoor verschillende biologische processen ontregeld raken. Een verstoord dag-nachtritme, slapeloosheid, depressieve gevoelens, sombere stemmingen en een apatisch gedrag kunnen het gevolg zijn.
 

Dementie
Verstoring van de biologische klok kan bij dementerende ouderen leiden tot een grote variatie in de slaap-waakcyclus, zelfs zozeer, dat deze cyclus zich zelfs tijdelijk kan omkeren. Zo iemand is dan ’s nachts wakker, gaat door het huis dwalen of over straat zwerven. Voor partners of anderen die de zorg over een dementerende oudere hebben kan deze nachtelijke onrust erg belastend zijn. Onvoldoende slaap leidt al snel tot overbelasting van de mantelzorgers, met als gevolg dat deze geneigd zullen zijn de dementerende te laten opnemen in een verpleeghuis.
Deze problemen van zijn deels te verminderen door het verlichtingsniveau gedurende een deel van de dag boven de 1000 lux te brengen. Er moet wel rekening mee worden gehouden, dat lichttherapie alleen werkt bij mensen zonder ernstige visuele beperkingen. Hebben ze deze wel, dan heeft lichtstimulering uiteraard minder effect, afhankelijk van het type oogafwijking. Het tijdig signaleren en zo mogelijk verhelpen van oogproblemen bij met name mensen met dementie is dus eveneens een belangrijk aandachtspunt. Recent zijn enkele studies naar de invloed van zowel lichtintensiteit als kleurtemperatuur op demente ouderen in een zorginstelling gepubliceerd in Building and Environment. Uit de eerste studie bleek dat blootstelling aan licht van een hoge intensiteit (luminantie > 1000 lx) en een vrij hoge kleurtemperatuur (6500 K) afkomstig van plafondarmaturen het dag-nachtritme gunstig beïnvloedde in vergelijking met de combinatie hoge verlichtingssterkte + lage kleurtemperatuur (2700 K). In een vervolgstudie bleek dat een combinatie van lage verlichtingssterkte (500 lx) + een zeer hoge kleurtemperatuur (17000 K) geen significante verbetering te zien gaf in vergelijking met de combinatie lage verlichtingssterkte en lage kleurtemperatuur (2700 K). Het lijkt er dus op dat een hoge verlichtingssterkte de doorslag geeft, maar er is nog meer onderzoek nodig om te bepalen hoe het precies zit.
 

Lichttherapie in de praktijk
De kwaliteit van leven van ouderen is door een goed verlichtingsniveau en voldoende lichtstimulering dus zeker positief te beïnvloeden. Om dat te realiseren moet bij de inrichting van ouderenwoningen, in de zorg en in woonzorggebouwen aan een aantal praktische punten aandacht worden geschonken. Ouderen moeten leren maatregelen te nemen en hun dagelijkse routines aan te passen om voldoende lichtstimulering ter krijgen. Gerichte advisering aan ouderen over de verhoging van het lichtniveau in de eigen woning en de plaatsen waar dat moet gebeuren zou een eerste stap moeten zijn. Dat elke dag een wandeling in de buitenlucht net zo belangrijk is moet daarbij niet worden vergeten. De voorlichting zou ook aandacht moeten schenken aan de angst van sommige ouderen dat betere verlichting vanwege het grotere energieverbruik leidt tot hogere kosten.

In het ontwerpproces van gebouwen, zowel van zelfstandige ouderenwoningen als van woonzorgvoorzieningen, zou er door de architect meer op moeten worden gelet dat er voldoende daglichttoetreding is in de ruimten waar de bewoners overdag zijn. Het niveau daarvan zal veel hoger moeten liggen dan in gewone woningen. Bij de inrichting van verblijfsruimten moet men de mogelijkheden van daglicht zo goed mogelijk gebruiken, bijvoorbeeld door stoelen en tafels die niet midden in de ruimte te plaatsen maar bij het raam.

Zorgverleners moeten attent zijn op mogelijke visuele beperkingen, vooral bij mensen die dat zelf niet meer kunnen aangeven. In het zorgleefplan dient voldoende lichtstimulering van de bewoners speciale aandacht te krijgen. Als mensen niet zelfstandig naar buiten kunnen is het soms mogelijk familieleden of vrijwilligers in te schakelen. Fysiotherapie in de buitenlucht is een andere mogelijkheid.
Bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen kan het het overwegen waard zijn om domoticasystemen toe te passen die het verlichtingsniveau in de woning of instelling aansturen. Eén mogelijkheid is het om via sensoren het dagelijkse levenspatroon van de cliënt te volgen en zo vast te stellen of er sprake is van verstoring van het slaap-waakritme. Als vervolgens lichtstimulering wordt toegepast is met het domoticasysteem te controleren of dit leidt tot herstel van het normale slaap-waakritme. Een andere mogelijkheid bestaat uit het volledig automatisch aansturen van het verlichtingsniveau in de woning of instelling op basis van drie parameters: het tijdstip van de dag, het actuele daglichtniveau en de plaats van de cliënt in de woning of instelling. Meer informatie over domotica en licht is te vinden op www.domoticawonenzorg.nl
Aangezien er, afgezien tijdelijke vergoeding van lichttherapie op medische indicatie, geen specifieke financiële regelingen voor verlichting en lichtstimulering zijn en verlichting ook niet onder de regeling hulpmiddelen valt, is de regelgeving op dat gebied aan herziening toe. Maar ook met extra aandacht voor bijvoorbeeld lichtadvisering kan de reguliere voorlichting en advisering aan ouderen verbeterd worden. Door eerder genoemde praktische maatregelen is veel te winnen, en verder zou men bij de aanschaf van verlichtingsarmaturen beter kunnen letten op de toelaatbare sterkte van de lampen om de vereiste verlichtingssterkte te kunnen bereiken. Verder zouden goed zien en voldoende lichtstimulering moeten worden meegenomen in het reguliere zorgleefplan van de bewoners. Bij de aanschaf van een domoticasysteem is te letten op de aanwezige mogelijkheden om het verlichtingsniveau in de woning of instelling aan te sturen.

Aanbieders
Inmiddels zijn diverse bedrijven en instellingen zich met deze materie gaan bezighouden. Zo is er de Stichting Onderzoek Licht & Gezondheid (SOLG), een non-profit organisatie gevestigd op de campus van de Technische Universiteit Eindhoven. SOLG ontwikkelt en verspreidt kennis over licht in relatie tot gezondheid, welzijn en prestatie door middel van het organiseren van congressen en symposia en door het ondersteunen van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Tevens adviseert het bij het realiseren van gezonde, dynamische verlichting in gebouwen en biedt het ondersteuning bij het ontwikkelen en produceren van nieuwe lichtproducten en diensten.
Vanuit een andere invalshoek dan de strikt therapeutische verstrekt het bedrijf Ixilum in Hoogeveen lichtadviezen voor de utiliteit. Het levert verschillende hoogwaardige Europese merken. Directeur Erwin Soer ES is van mening dat bij het gebruik van goede verlichtingsinstallaties, die de juiste hoeveelheid licht leveren, het gebruik van speciale lichtbronnen ter bestrijding van verschijnselen als depressie minder nodig zal zijn. Uitgangssituatie zou veel vaker moeten zijn dat in de lichtbehoefte van mensen, of dat nu in een verzorgingshuis of op de werkplek is, wordt voorzien door de juiste combinatie van de hoeveelheid dag- en kunstlicht die men gedurende de dag ontvangt. Ixilum voert de armaturen van iGuzzini en Zumtobel voor dynamische verlichting in zijn leveringspakket, terwijl het voor projecten zelf armaturen op maat kan maken. De producten worden toegepast in diverse projecten, ondermeer in een zorginstelling in Groningen.

Het Duitse bedrijf Davita, dat sinds kort een vestiging in Eindhoven heeft, levert therapeutische lichtapparatuur in een aantal toepassingen maar houdt zich eveneens bezig met lichtontwerp en –management speciaal voor de ouderen- en gezondheidszorg. Het heeft als uitgangspunt dat men bij het optimaliseren van de verlichting in een gebouw vooraf goed na moet gaan welke problemen er bestaan en welke behoeften en verwachtingen er zijn. Daartoe biedt het de mogelijkheid een lichtonderzoek te laten uitvoeren waarbij op visuele en niet-visuele aspecten gelet wordt en ook op welzijn en energiehuishouding. Gezamenlijk met gebruikers en management kan dan het programma van eisen worden opgesteld, dat in het uiteindelijke lichtontwerp wordt vertaald. Projectmanagement en een evaluatie van de functionaliteit in een lichtoplossing in de praktijk horen tevens tot het pakket. Davita directeur Toine Schoutens is tevens verbonden aan SOLG en is auteur van diverse publicaties op dit gebied.

www.solg.nl
www.ixilum.nl
www.davita.nl

Hoof J., Aarts M., Schoutens A. Rense C., Ambient bright light in dementia: Effects on behaviour and circadian rhythmicity, Building and Environment, 44 (1), p.146-155, Jan 2009.

Hoof J., Aarts M., Schoutens A., High colour temperature lighting for institutionalised older people with dementia, Building and Environment (accepted 21-01-09)

Rixt F. Riemersma-van der Lek; Dick F. Swaab; Jos Twisk; et al. Noncognitive Function in Elderly Residents of Group Effect of Bright Light and Melatonin on Cognitive and Care Facilities: A Randomized Controlled Trial JAMA. 2008;299(22):2642-2655 (doi:10.1001/jama.299.22.2642)

Brochure “Van voorlichting tot verlichting” van Joost van Hoof en Toine Schoutens.
ISBN 9789059314832 of www.vilans.nl

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *